In 2026 verandert er minder in box 3 dan eerder werd aangekondigd. Op 27 november 2025 besloot de Tweede Kamer om verschillende voorstellen uit het eerdere plan terug te draaien. Daardoor blijft de belastingdruk lager dan verwacht. We leggen je uit wat dit betekent voor jou als spaarder.
Ook kijken we in dit artikel vooruit naar het nieuwe box 3-stelsel dat per 1 januari 2018 ingaat.
De belangrijkste besluiten van 27 november 2025
- De geplande verhoging van het fictieve rendement op beleggingen (van 5,88% naar 7,78%) gaat niet door. In 2026 blijft het forfait 6%.
- De voorgestelde verlaging van het heffingsvrije vermogen naar € 51.396 vervalt. In 2026 gaat de vrijstelling juist omhoog, naar € 59.357 per persoon. (€ 118.714 voor fiscale partners)
- Daardoor valt de belastingdruk in box 3 voor veel spaarders en beleggers lager uit dan voorheen werd verwacht.
Hoe werkt box 3 ook alweer?
Box 3 gaat over vermogen dat je bezit op 1 januari van het belastingjaar. De Belastingdienst kijkt daarbij naar al je bezittingen (zoals spaargeld, beleggingen en vastgoed) min je schulden.
Je betaalt belasting over het deel van je vermogen dat boven de vrijstelling uitkomt. Hiervoor wordt gerekend met een fictief rendement. Dat is een vastgesteld percentage en staat los van de rente die je ontvangt of het werkelijke rendement dat je behaalt.
De definitieve percentages voor 2026 worden in 2027 vastgesteld, omdat ze gebaseerd zijn op marktcijfers achteraf.
Wat betekent dit voor jouw spaargeld?
- Meer vermogen vrijgesteld van belasting
Met een vrijstelling van € 59.357 per persoon (€ 118.714 voor fiscale partners) zal een groot deel van de spaarders onder de vrijstellingsgrens blijven. In dat geval betaal je geen box-3 belasting. - Spaargeld valt meestal in de ‘lage’ rendementscategorie
Voor spaargeld stelt de overheid ieder jaar een apart, vaak lager fictief rendement vast. Dat percentage is doorgaans aanzienlijk lager dan het forfait voor beleggingen. Daardoor blijft de belastingdruk op spaargeld relatief beperkt. - Beleggingen of vastgoed worden anders belast
Dit werkt net iets anders. Voor beleggingen en andere bezittingen rekent de Belastingdienst in 2026 met een fictief rendement van 6%, ongeacht je werkelijke resultaat. Dat kan leiden tot een hogere belasting dan bij spaargeld.
Vooruitblik: nieuw stelsel box 3 vanaf 2028
De overheid werkt aan een nieuw box-3-stelsel dat naar verwachting in 2028 ingaat. Het plan voor 2028 is om belasting niet langer te baseren op fictieve rendementen, maar op het werkelijke rendement dat iemand behaalt. Daarbij spelen spaarrente,beleggingsopbrengsten en eventuele waardestijgingen of -dalingen een grotere rol.
Het grootste discussiepunt is hoe vermogen straks wordt belast. In het nieuwe stelsel betaal je elk jaar belasting over wat je vermogen daadwerkelijk oplevert. Ook een stijging van de waarde van je beleggingen telt mee, zelfs als je nog niets hebt verkocht. Je betaalt dus belasting over winst die je nog niet echt in handen hebt.
Hoe werkt dit in de praktijk?
- Je telt je werkelijke rendement op
Denk aan ontvangen spaarrente, dividend, huurinkomsten én waardestijging van beleggingen (ook als je die nog niet verkoopt). - Daar trek je een vrij bedrag vanaf
Iedereen krijgt een rendementvrijstelling van €1.800 per persoon (dus €3.600 voor fiscale partners). - Over het resterende rendement betaal je belasting
Het bedrag boven die €1.800 wordt belast tegen een tarief van 36%
Let op: de huidige heffingsvrije vermogensgrens (zoals die nu geldt in box 3) vervalt dus volledig.
Om het nieuwe stelsel in te laten gaan per 1 januari 2028, moet het wetsvoorstel door de Tweede Kamer worden aangenomen en daarna nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Tot die tijd blijft het huidige systeem met fictieve rendementen gelden.
Deze informatie is algemeen van aard en geen persoonlijk advies. De fiscale wetgeving kan veranderen en de uiteindelijke gevolgen hangen af van je persoonlijke situatie. Raadpleeg bij twijfel de Belastingdienst of een financieel adviseur.
